Wetswijziging
Vanwege de
implementatie van de gewijzigde Europese Richtlijn 2006/116/EG betreffende de beschermingsduur van
het auteursrecht en bepaalde naburige rechten (Richtlijn 2011/77/EU van het Europees Parlement en de Europese Raad van 27 september 2011) is de beschermingstermijn van
de Wet Naburige Rechten verlengd van 50 naar 70 jaar. De wetswijziging is op 9 oktober
2013 in Nederland doorgevoerd. De nieuwe termijn van 70 jaar gaat op zijn vroegst gelden vanaf 1 januari 2014 en heeft
gedeeltelijke terugwerkende kracht.
De nieuwe termijn geldt voor nieuwe muziekproducties en voor producties waarvan de 50-jaarstermijn op 1 november 2013 nog
niet is verstreken (art. 12 Wnr). Voor de Nederlandse situatie betekent dit dat producties vanaf 1964 verlengde bescherming
genieten (een uitvoering of productie uit 1964 zal tot 2034 worden beschermd). Hiermee wordt de beschermingsduur van naburige rechten voor
een aantal gevallen gelijkgetrokken met de beschermingsduur van auteursrechten. De nieuwe termijn van 70 jaar geldt niet voor producties waarbij
sprake is van een combinatie van geluid en beeld (synchronisatie). Dus niet voor audiovisuele producties als een DVD van een concertregistratie, een documentaire of
een film, maar wel voor een audio cd of een mp3 stream of download.
Ratio
De ratio voor de verlenging is tweeledig. In
de eerste plaats is er het inkomensgat: belanghebbenden kunnen vanwege de 50-jaarstermijn niet gedurende hun hele
leven profiteren van inkomsten van hun uitvoering of productie. Mensen die hebben meegewerkt aan succesvolle
producties van voor 1963 hebben anno 2013 inmiddels te maken met een verstreken termijn. Daarbij gaat het om hits
die nog altijd populair zijn van artiesten als Willy Alberti, Ria Valk, Johnny Hoes, Max van Praag, Anneke Gronloh,
Spelbrekers en de Zangeres Zonder Naam. Voor producties vanaf 1964 geldt straks de verlengde termijn van 70
jaar (art. 12 lid 3 Wnr). Gevolg hiervan is dat deze producties minder snel in het publieke domein zullen vallen. Producers van elektronische muziek zijn daarnaast op steeds jongere leeftijd in staat
inkomen te genereren uit door hun vervaardigde fonogrammen. Mensen worden in zijn algemeenheid bovendien steeds
ouder.
In de tweede plaats het
continuïteitsargument: de Europese Commissie is van mening dat de extra inkomsten die platenproducenten ontvangen
door verlenging van de termijn zullen worden geïnvesteerd in nieuw talent. Bovendien is de oprekking van een
termijn mede een compensatie voor gedaalde inkomsten vanwege peer-to-peer uitwisseling van muziekbestanden. De
filmindustrie en de omroepen hebben volgens de Commissie geen aanspraak gemaakt op verlenging van de 50
jaarstermijn.
Reikwijdte
De bescherming van 70 jaar geldt voor
producers van de mastertapes alsook de uitvoerende muzikanten. Deze belanghebbenden zijn in de regel bij de Sena
ingeschreven, zoals auteursrechthebbenden bij de Buma/Stemra. Ook remastering valt onder de reikwijdte van de gewijzigde
wet.
Een return-of-rights (terugval van rechten
naar uitvoerend kunstenaar bij non-exploitatie door platenmaatschappij) bepaling en een
use-it-or-lose-it clausule (verval van naburige rechten bij niet online beschikbaar maken binnen 1
jaar bij termijnverlenging) maken eveneens onderdeel uit
van de wetswijziging.
Fonds
Tenslotte komt er een fonds voor uitvoerende kunstenaars waarvan de rechten voor een one-time-fee zijn afgekocht. Zoals
studiomuzikanten die zich lieten afkopen voor 100 gulden en het lied waaraan zij tijdens die memorabele middag in
de studio meewerkten zagen uitgroeien tot een wereldwijde hit. Zijzelf dan wel hun erfgenamen komen na ommekomst
van de oude 50-jaarstermijn (die een aanvang nam op 1 januari van het jaar volgend op de eerste fonografische
vastlegging) in aanmerking voor een jaarlijks uit te keren bedrag.
Neem voor vragen over dit artikel, of over uw
rechtspositie gerust vrijblijvend contact met ons op.
woensdag 21 mei 2014
Verlenging beschermingsduur Wet Naburige Rechten van 50 naar 70 jaar per 1 november 2013
dinsdag 15 april 2014
Flexibel rechtenbeheer Buma
Buma/Stemra voert begin mei 2014 een opt-out systeem in
dat flexibel beheer van auteursrechten mogelijk maakt. Het systeem biedt rechthebbenden
de keuzemogelijkheid om 5 categorieën uit te sluiten van collectief beheer door
de rechteninstantie. Daarnaast wordt het mogelijk om in de categorie online
rechten bepaalde subcategorieën auteursrechten in eigen hand te houden.
Buma anticipeert met de invoering het nieuwe systeem op
de op 26 februari 2014 aangenomen Europese Richtlijn voor collectief
rechtenbeheer en multiterritoriale muzieklicentieverlening voor online
toepassingen in de interne markt (Richtlijn Collectief Beheer). De Richtlijn beoogt het collectieve beheer van
auteursrechten en naburige rechten en de meerlandige licentieverlening van
rechten inzake muziekwerken voor onlinegebruik op de interne markt te
stroomlijnen en te flexibiliseren. Uiteraard wordt er in deze Richtlijn
uitgebreid aandacht besteedt aan het functioneren van de Collectieve Rechten
Organisaties (CBO’s) zoals Buma, Sena, Gema, Sabam en Sacem. Een van de
doelstellingen van multiterritoriaal licenseren is
het vereenvoudigen van het administreren en reparteren van vergoedingen uit onlinemuziekgebruik zoals downloads en streams.
Vanwege de opzegtermijn van het Buma/Stemra
lidmaatschap zullen de opt-out keuzes die met ingang van mei 2014 door
aangesloten leden kunnen worden gemaakt effect hebben per 1 januari 2015. Vanaf
begin volgend jaar is het derhalve mogelijk om bepaalde rechten door Buma te
laten exploiteren, en de overige rechten zelf te exploiteren.
Het oude systeem van 100% beheer van auteursrechten
blijft daarnaast bestaan – de opt-out betreft namelijk een keuzemogelijkheid. Ook
Sena, belast met het collectief beheer van naburige rechten, zal een dergelijk systeem invoeren.
Buma zal in verband met de introductie van het opt-out
systeem nieuwe gebruikersprofielen ontwikkelen die aansluiten bij de
verschillende groepen rechthebbenden.
Men denke daarbij aan een algemeen profiel dat auteursrechten
in het online domein wel door Buma laat exploiteren, en een flexibel profiel dat ervoor
kiest bepaalde rechten in eigen beheer te houden. Daarnaast worden
gebruikersprofielen die gebaseerd zijn op de verschillende verschijningsvormen
van flexibel beheer - met de nieuwe opt-out categorieën - noodzakelijk.
Ook gaan de auteursrechtenorganisaties bruggen slaan
tussen de afzonderlijke rechthebbenden in de creatieve industrie en netwerkenmomenten
organiseren waarbij kennisoverdracht over online ontwikkelingen wordt gestimuleerd.
Tenslotte wordt er een kennisplatform opgericht voor music startups, gericht
op innovatie en het optimaal faciliteren en
stimuleren van nieuwe muziekinitiatieven.
maandag 14 april 2014
HvJ EU ‘Svensson’: Hyperlinken, framen en embedden van digitale content zonder toestemming rechthebbenden is (weer) toegestaan
Inleiding
II. Is het voor het antwoord op de eerste vraag relevant of het werk waarnaar de link verwijst, is geplaatst op een website op het internet waartoe iedereen zonder beperkingen toegang heeft dan wel of de toegang op enige wijze is beperkt?
III. Moet bij de beantwoording van de eerste vraag onderscheid worden gemaakt tussen gevallen waarin het werk, nadat de gebruiker op de link heeft geklikt, wordt getoond op een andere website, en gevallen waarin het werk, nadat de gebruiker op de link heeft geklikt, aldus wordt getoond dat de indruk wordt gewekt dat het op dezelfde website verschijnt?
IV. Kan een lidstaat een ruimere bescherming bieden aan het uitsluitende recht van auteurs door onder het begrip "mededeling aan het publiek" een groter aantal handelingen te verstaan dan die welke zijn genoemd in artikel 3, lid 1, van richtlijn 2001/29?
Het Europees Hof van
Justitie heeft op 13 februari 2014 in de zaak Svensson vs Retriever bepaald dat een website zonder voorafgaande
toestemming van auteursrechthebbenden kan hyperlinken naar auteursrechtelijk
beschermde werken die op een andere website vrij beschikbaar zijn. Dit geldt
ook voor framen, inline linken en (waarschijnlijk ook voor) embedden, waarbij
de indruk kan worden gewekt dat de website waarop (de link naar) het werk zich
bevindt de bronsite is. De wijze waarop wordt gelinkt is derhalve niet relevant
voor de vraag naar de toelaatbaarheid ervan. Ook het type auteursrechtelijk
beschermde content waarnaar wordt gelinkt is niet van belang voor de vraag of
voorafgaande toestemming geboden is: deze kan bijvoorbeeld bestaan uit tekst,
muziek, foto, tekening of video. Toestemming is wel nodig indien er sprake is
van een ‘nieuw publiek’ in de zin van de Auteursrechtrichtlijn.
1. 4 Prejudiciele vragen
Aanleiding voor de uitspraak
vormden 4 prejudiciële vragen van de Zweedse Hoge Raad over de uitleg van het
begrip: ‘mededeling aan het publiek’ in de context van linken naar andermans
werk op internet. Hieronder de in het kader van de Svensson-zaak gestelde, mede
in onderlinge samenhang te beschouwen vragen
aan het HvJ EU:
I. Is sprake van mededeling
aan het publiek in de zin van artikel 3, lid 1, van richtlijn 2001/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei
2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en
de naburige rechten in de informatiemaatschappij, wanneer iemand anders dan de
houder van het auteursrecht op een bepaald werk, op zijn website een
aanklikbare link plaatst naar het werk?
II. Is het voor het antwoord op de eerste vraag relevant of het werk waarnaar de link verwijst, is geplaatst op een website op het internet waartoe iedereen zonder beperkingen toegang heeft dan wel of de toegang op enige wijze is beperkt?
III. Moet bij de beantwoording van de eerste vraag onderscheid worden gemaakt tussen gevallen waarin het werk, nadat de gebruiker op de link heeft geklikt, wordt getoond op een andere website, en gevallen waarin het werk, nadat de gebruiker op de link heeft geklikt, aldus wordt getoond dat de indruk wordt gewekt dat het op dezelfde website verschijnt?
IV. Kan een lidstaat een ruimere bescherming bieden aan het uitsluitende recht van auteurs door onder het begrip "mededeling aan het publiek" een groter aantal handelingen te verstaan dan die welke zijn genoemd in artikel 3, lid 1, van richtlijn 2001/29?
2. Uitspraak Svensson vs
Retriever: tweetrapsraket
Voor de vraag of het linken
naar auteursrechtelijk beschermde content een openbaarmaking is in de zin van Richtlijn
2001/29/EG introduceert het Hof van Justitie EU in de Svensson-zaak een dubbele
toetsing.
Allereerst dient er sprake
te zijn van een mededelingshandeling (‘act of communication’) dan wel een
directe beschikbaarstellingshandeling. Daarvoor is voldoende de ‘mogelijkheid
tot toegang’, oftewel het plaatsen van een link. Niet nodig is derhalve dat er
daadwerkelijk op de link wordt geklikt.
Daarnaast (cumulatief) dient
er sprake te zijn van een openbaarmaking aan een ‘nieuw publiek’. Volgens het
Hof kan een nieuw publiek niet snel worden aangenomen indien de werken op een
bronsite (op ‘eigen’ servers) staan die vrij toegankelijk is, zoals
bijvoorbeeld SoundCloud of Youtube. Volgens het Hof hebben de
auteursrechthebbenden, toen zij toestemming verleenden tot openbaarmaking
(bijvoorbeeld door muziek of video naar genoemde (vrij toegankelijke en gratis)
websites te uploaden), hierbij alle gebruikers van het internet oftewel het
gehele internet in aanmerking genomen. Door het linken ontstaat in ieder geval
geen nieuw publiek. Zo zit het internet nu eenmaal in elkaar, zo redeneert het
Hof. Daaraan doet (voorshands) niet af de wijze waarop er wordt gelinkt, dus
zelfs al lijkt het (met name bij embedding, framing en inline linking) alsof de
werken op de eigen servers staan, en niet op die van Youtube of SoundCloud, dan
mag dit toch. De leer van het nieuwe publiek wordt derhalve niet verlaten, maar
genuanceerd. Ook het winstoogmerk criterium kan in dit kader een rol
spelen.
Het Hof maakt daarbij wel
het voorbehoud dat het expliciet om ‘vrij toegankelijke websites’ moet gaan. Wat
(nog steeds) niet mag, vanwege het ontbreken van voorafgaande toestemming, is
het linken naar auteursrechtelijk beschermde werken die achter een login of een
paywall zitten, dus waarvoor het publiek normaliter zou moeten registreren,
abonnee worden of betalen. Dit zou namelijk wel het oorspronkelijk door de
rechthebbende bedoelde publiek vergroten. Beperkte toegangsmaatregelen mogen
derhalve niet worden omzeild.
Is er voldaan aan deze
tweetrapsraket (waar op dit moment met name vanwege de uitleg van het begrip
‘nieuw publiek’ niet snel sprake van zal zijn) dan hebben we te maken met een
openbaarmaking aan een nieuwe publiek waarvoor voorafgaande toestemming nodig is
van de rechthebbende(n).
Over de rechtmatigheid van
content waarnaar wordt gelinkt laat zij zich overigens nog niet uit. In deze
uitspraak geeft zij dan ook geen oordeel over linken naar illegale
websites/content, zoals zoekmachines bijvoorbeeld plegen te doen.
Het Hof bepaalt tenslotte in
reactie op vraag IV dat het de lidstaten niet is toegestaan een ruimere uitleg van het begrip ‘mededeling aan het
publiek’ te bezigen en daarmee houders van een auteursrecht meer bescherming te
bieden. Dit in verband met het voorkomen van rechtsverscheidenheid (terwijl de Auteursrechtrichtlijn verschillen in wetgeving juist beoogt weg te
nemen) en daarmee rechtsongelijkheid en rechtsonzekerheid binnen de Europese
Unie. Deze uitspraak noopt waarschijnlijk tot aanpassing van de Franse en
Duitse plannen voor de zogenaamde ‘Google-taks’, een wetswijziging die een
vergoeding voor linken afdwingt.
3. Soorten content
In onderhavige casus ging
het om tekst van journalisten. Het Hof zegt nog niet met zoveel woorden dat de
dubbele toets bijvoorbeeld ook voor audiovisuele content geldt. Ik ga er op dit
moment evenwel vanuit dat er geen onderscheid naar het soort auteursrechtelijke
content behoeft te worden gemaakt. Wellicht speelt wel een rol of de content
legaal of illegaal is (denk hierbij aan de rechtszaken die Stichting BREIN al
een aantal jaren tegen nieuwsgroepen als UseNet, torrensites als The Pirate Bay
en ISP’s (Internet Service Provider) als Ziggo voert). Wel van belang is uiteraard
of de content zich (in een bepaald rechtsgebied) niet reeds in het publiek
domein bevindt: dan behoeft er immers geen voorafgaande toestemming te zijn. Belangrijk
is tenslotte dat het geen nieuwe kopie van een werk mag zijn: het moet gaan om
een hyperlink naar de initiële openbaarmaking.
4. Soorten links
Het Hof maakt in het Svensson-arrest geen onderscheid naar het soort links en hanteert
daarmee een techniekneutraal toetsingskader. In een andere zaak (‘BestWater’)
waarbij de Duitse Hoge Raad (Bundesgerichtshof) vragen van uitleg heeft gesteld
aan het Europese Hof van Justitie inzake embedding wordt een en ander naar alle
waarschijnlijkheid weer wat verder genuanceerd. In deze kwestie gaat het erom
of emdedding of framing (wederom van tekst) inbreuk maakt op een onbenoemd
exploitatierecht vanwege mogelijke openbaring aan een nieuw publiek.
Hyperlinkenen en embedden zijn verschillende technologieën die toch aan elkaar zijn
gerelateerd. Bij sommige vormen van iframing lijkt het soms alsof er een nieuwe
kopie van een werk wordt geopenbaard. Bij pop-ups en rss-feeds is de beleving
net weer anders. Ligt het echter op de weg van het Unie-recht om
auteursrechthebbenden te beschermen tegen mogelijke verwarring bij de
consument? Wellicht introduceert het Hof in de BestWater case voor embedden een
andere toetsingsmaatstaf en legt het verschillende criteria voor verschillende verschijningsvormen
van linken naar content aan, waaraan nationale rechters vervolgens moeten
toetsen.
Van verveelvoudigen (in
tegenstelling tot openbaarmaken) kan in ieder geval geen sprake zijn indien men
de werken niet op de eigen servers heeft staan (zoals het geval is bij het
embedden van Youtube filmpjes) en er dus niet wordt gekopieerd.
zaterdag 12 april 2014
Downloadverbod: einde status aparte Nederland
Het
Europees Hof van Justitie heeft op 10 april 2014 in de zaak ACI A’dam BV vs Stichting de Thuiskopie bepaald dat in het bedrag van de thuiskopievergoeding
(de vergoeding die is verschuldigd voor het vervaardigen van kopieën voor privégebruik van een auteursrechtelijk beschermd werk) geen rekening mag worden gehouden met ongeoorloofde
reproducties. Het feit dat er geen enkele technische voorziening bestaat om de vervaardiging van ongeoorloofde
(illegale) privékopieën te bestrijden, kan aan deze vaststelling geen afbreuk doen. Het arrest heeft directe werking. Dat
brengt met zich mee dat het illegaal downloaden van muziek, films en boeken waarop op dat moment auteursrechten
rusten (dus geen publiek domein werken) - vaak via usenet en p2p-netwerken, met ingang van 10 april 2014 niet
langer is toegestaan (lees: niet langer kan worden gedoogd) in Nederland. Het illegaal downloaden van software en games was altijd al ongeoorloofd en ook het aanbieden c.q.
uploaden van illegale content werd in het verleden niet (“officieel”) gedoogd. Nederland liep met het gedogen
van illegale downloads uit de pas en in nu door de hoogste rechtsprekende instantie van de Europese Unie op dit
punt teruggefloten.
Aanleiding voor de uitspraak van het
HvJ EU vormden een drietal prejudiciële vragen van de Hoge Raad, ingediend op 26
september 2012 in de zaak ACI Adam BV e.a. tegen Stichting de Thuiskopie en de Stichting Onderhandelingen
Thuiskopievergoeding (SONT). De zaak is aangespannen door een groep fabrikanten van elektronicaproducten zoals
lege cd’s dvd’s (recordable) en mp3-spelers maar ook tablets, ssd-schijven, smartphones en pc’s, waaronder ACI
Adam, Sony, Philips, Verbatim en Fuji.
Het
Europese Hof van Justitie oordeelt dat het downloaden uit illegale bron niet geoorloofd is. Ook niet voor
privégebruik. Het illegaal downloaden valt niet onder de Thuiskopieregeling.
Nederland heeft vanwege de directe werking van het arrest per 10 april 2014 een
downloadverbod waar het gaat om het downloaden van auteursrechtelijk beschermd materiaal zoals muziek, literatuur en films uit
illegale bron. Zou
illegaal downloaden wel mogen zo oordeelt het Hof, dan moedigt een Lidstaat die deze gang van zaken in zijn
jurisdictie gedoogt of een wettelijke regeling heeft die dit toestaat, de verspreiding van nagemaakte, vervalste
of anderszins illegale content zelfs aan, en wordt normale exploitatie tot op zekere hoogte gefrustreerd. Het
oogluikend toestaan van ongeoorloofd gebruik zou auteursrechtenschending met andere woorden bevorderen.
Het kabinet en de Tweede Kamer beraden zich op de gevolgen dat het arrest van het Hof heeft voor
de hoogte van de Thuiskopieheffing. De
precieze hoogte van de Thuiskopiebijdrage komt na onderhandelingen met de belanghebbende partijen tot stand en
wordt periodiek vastgesteld door de Stichting Onderhandelingen
Thuiskopievergoeding (SONT). Omdat er in Nederland geen wet is die illegaal downloaden toestaat,
behoeft er – zoals het zich op dit moment laat aanzien - geen wetswijziging te worden
doorgevoerd.
Het is
belangrijk dat de overheid ervoor zorgt dat de afdracht aan de culturele sector door de uitspraak van het Hof
van Justitie niet onder druk komt te staan. Deze sector heeft het immers al zwaar genoeg.
De
handhaving van het verbod komt niet voor rekening van de overheid, maar voor rekening van de rechthebbenden
zelf. Auteursrechthebbenden zullen na inbreuk makende activiteiten zelf bij de civiele rechter een verbod dan
wel schadevergoeding moeten vorderen. Illegaal downloaden wordt derhalve niet strafbaar gesteld zoals in
Frankrijk. Een aantal van de belanghebbenden hebben zich verenigd in organisaties zoals Stichting Brein. Deze
belangbehartigers blijven hun pijlen voorshands richten op de aanbieders van ongeautoriseerd aanbod zoals
uploaders, illegale handelaars en torrentsites, en niet op de individuele downloaders van illegale content. Wat
dat betreft blijft de huidige situatie goeddeels ongewijzigd. Het staat individuele rechthebbenden uiteraard vrij om het
vizier wel op individuele downloaders te richten, en hen in rechte aan te spreken. In Duitsland bijvoorbeeld is
dit inmiddels aan de orde van de dag.
Na de
uitspraak van het HvJ EU zijn websites en diensten die het downloaden van ongeoorloofd aanbod faciliteren
eenvoudiger succesvol in rechte aan te spreken omdat niet langer behoeft te worden bewezen dat de toegang
verschaffende diensten iets te maken hebben met de illegale files zelf. Deze platforms kunnen zich niet langer
verschuilen achter het argument dat illegaal downloaden nu eenmaal is toegestaan in Nederland. De ISP’s blijven
vooralsnog buiten schot.
Abonneren op:
Posts (Atom)